|
|||||||
Welkom op Verzekeringen vind U hier!,
|
|||||||
|
De gouden handdruk? |
![]() |
Op welk bedrag kunt u rekenen bij ontslag |
| Bij ontslag als gevolg van bijvoorbeeld een reorganisatie wordt bij
vertrek door de werkgever vaak een gouden handdruk meegegeven. Deze
gouden handdruk geldt als een soort schadevergoeding voor de vertrekkende
werknemer. Wat is de hoogte van de gouden handdruk (ontslaguitkering, ontslagvergoeding) die u kunt verwachten bij ontslag volgens de kantonrechterformule?
Tip: vraag een lijfrente of advies aan. De knop voor een
offerte of advies vindt u rechts boven. Voor meer informatie bezoek
de sites Interplein Lijfrente
of Online Lijfrente
|
Algemene nabestaandenwet (ANW)
Deze overheidsvoorziening dekt het risico van overlijden van de partner en ouders en is geregeld in de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De wet vervangt de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Met de invoering van de Algemene Nabestaandenwet in 1996 is de nabestaandenvoorziening flink gewijzigd. De ANW regelt een basisvoorziening voor nabestaanden en is inkomensafhankelijk. Het ANW-gat is het verschil tussen de ANW-uitkering en de uitkering op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet. Een ANW-uitkering dient aangevraagd te worden bij een van de districtskantoren van de Sociale Verzekerings Bank (SVB).
Wie komt er in aanmerking voor een ANW-uitkering?
Weduwen, weduwnaars en ongehuwd samenwonende nabestaanden die:
· voor 1 januari 1950 geboren zijn, of
· kinderen hebben te verzorgen die nog geen 18 jaar zijn, of
· voor ten minste 45% arbeidsongeschikt zijn, of
· geboren zijn in de periode liggend tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956,
terwijl het overlijden van de partner heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden
voor 1 juli 1999, of
· geboren zijn in de periode liggend tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956, moet
zijn gehuwd voor 1 juli 1996 en heeft een ernstig zieke echtgenoot die
overlijdt op of na 1 juli 1999.
Gescheiden echtgenoten (pseudoweduwe- en weduwnaars) komen ook voor dit pensioen in aanmerking, mits zij door het overlijden inkomsten uit alimentatie missen.
Wanneer eindigt de uitkering?
Het recht op uitkering eindigt als:
· Als het jongste kind 18 jaar wordt
· Als de nabestaande niet meer arbeidsongeschikt is (tenzij deze geboren is
voor 1950)
· Als de nabestaande 65 jaar wordt
· Als de nabestaande opnieuw trouwt of gaat samenwonen
NB: nabestaanden die een hulpbehoevende in huis nemen, raken hun nabestaandenuitkering niet kwijt. Hun inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering wordt verlaagd naar 50% van het brutominimumloon. Ook mensen die samenleven met een meerderjarig pleegkind of met een meerderjarig aangehuwd kind houden recht op een nabestaandenuitkering
Wat is de hoogte van de uitkering?
De uitkering voor de nabestaande is bij de ANW inkomensafhankelijk
en bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon. Nabestaanden of verzorgers
die één of meerdere halfwezen onder de 18 verzorgen krijgen een inkomensonafhankelijke toeslag van 20% van het
netto minimumloon
Samengevat:
· nabestaande zonder kinderen maximaal 70% van het netto
minimumloon
· nabestaande met kinderen jonger dan 18 maximaal 70% van het netto minimumloon
+ 20% van het netto minimumloon.
· pseudo-nabestaande maximaal 70% van het netto minimumloon, mits de
nabestaande alimentatie ontving. De ANW-uitkering is nooit hoger dan die
alimentatie.
· volle wezen:
jonger dan 10 jaar 2% van 70% van het netto minimumloon
tussen 10 en 16 jaar 8% van 70% van het netto minimumloon
tussen 16 en 21 jaar 4% van 70% van het netto minimumloon
Wat wordt er gekort?
De inkomensafhankelijke uitkering van maximaal 70% van het netto minimumloon wordt gekort met het inkomen van de nabestaande. Hierbij wordt rekening gehouden met het soort inkomen:
· De uitkering wordt gekort met het inkomen van de nabestaande uit
arbeid, bijv. salaris. Van de inkomsten uit arbeid is een deel vrijgesteld. De
vrijstelling bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon plus een derde deel van
het meerdere. Het inkomen minus de vrijstelling wordt van de
nabestaandenuitkering afgetrokken.
· De uitkering wordt geheel gekort met inkomen in verband met arbeid, bijv.
VUT-, WW-. ZW- of WAO-uitkeringen (nog onduidelijk is of en in hoeverre een
ouderdomspensioen van de nabestaande zelf wordt gekort).
Niet in mindering worden gebracht:
· Een nabestaandenpensioen dat uitgekeerd wordt vanwege de
pensioenregeling die de overledene bij zijn werkgever had;
· Inkomsten uit vermogen, waaronder lijfrente-uitkeringen.
Overige Info:
· ANW-hiaat
· Wezenpensioen