|
|
Welkom op Met pensioen, rubriek Inkoop_dienstjaren_met_waardeoverdracht
Ter voorkoming van pensioenbreuk bestaat in ons land het (wettelijk) recht op waardeoverdracht. Bij uitdiensttreding bij de ene werkgever en indiensttreding bij een nieuwe werkgever kan op basis van dit recht het pensioen worden meegenomen. Dit meenemen kan ervoor zorgen dat een pensioenbreuk wordt voorkomen.
Meer dan de helft van de pensioenregelingen in Nederland is in meer of mindere mate gebaseerd op het zogenaamde eindloonsysteem. Dit houdt in dat het pensioen uiteindelijk gebaseerd wordt op het laatstverdiende, hoogste salaris. Elke salarisverhoging leidt in dergelijke regelingen dan ook tot pensioenverhogingen met terugwerkende kracht.
In een dergelijk systeem wordt -voor wat betreft de waardeoverdracht- gewerkt met fictieve dienstjaren. Hoeveel dienstjaren in de nieuwe regeling worden verkregen, hangt af van de oude en nieuwe regeling en de hoogte van het salaris. Een voorbeeld kan een en ander verduidelijken:
Oude werkgever: Aantal dienstjaren: 10 Opgebouwd pensioen: 5.000,-- Nieuwe werkgever: Pensioengevend loon: 50.000 Opbouw per jaar: 2% Pensioenopbouw in eerste jaar: 1.000
Op basis van deze gegevens wordt vervolgens bekeken hoeveel jaar bij de nieuwe werkgever gewerkt had moeten worden om de opgebouwde pensioenrechten bij de oude werkgever te verkrijgen. In dit geval levert dat het volgende plaatje op:
Opbouw per jaar bij nieuwe werkgever: 1.000 Opgebouwd bij oude werkgever: 5.000 Fictieve dienstjaren: 5
In de nieuwe regeling worden derhalve 5 extra dienstjaren verkregen. Men heeft echter reeds 10 dienstjaren gemaakt en zo is er toch nog sprake van een soort pensioentekort: 5 dienstjaren gaan immers verloren.
 
Terug naar Met pensioen
 
|