|
|
Welkom op Met pensioen, rubriek aanvullende_pensioenen
Gratis pensioenofferte en/of pensioenadvies
aanvullende pensioenen nieuws:
Inkomstenbelasting1.1 Eigen woning regeling Met ingang van 1 januari 2005 is er een wijziging in het eigen woning forfait van toepassing. De bijtelling van de huurwaarde op uw inkomen wordt met ingang van 1 januari 2005 gemaximeerd tot de betaalde hypotheekrente. Indien u dus geen hypotheekschuld heeft is de bijtelling ook nihil. Voor belastingplichtigen waarbij de hypotheekrente niet tot substantiële aftrek leidt kan het voordelig zijn om de hypotheekschuld af te lossen. Indien u ultimo 2004 hypotheekschuld aflost, vermindert dit het vermogen in box III en bespaart u de vermogens rendementsheffing over het afgeloste bedrag. Raadpleeg uw adviseur alvorens tot aflossing over te gaan, eenmaal afgelost maakt het moeilijk om nog aftrek te krijgen als rente eigen woning. Mocht u besluiten dat aflossen inderdaad interessant voor u is maak dan gebruik van de mogelijkheden om jaarlijks boetevrij af te lossen.1.2 Giften Een gift in de vorm van een periodieke uitkering aan een instelling die het algemeen nut beoogt, is voordeliger dan andere giften. Op zo'n gift is de drempel die de aftrek beperkt niet van toepassing. Voorwaarde is dat een notariële schenkingsakte wordt opgemaakt en dat de looptijd minimaal 5 jaar bedraagt. De drempel voor aftrek van giften bedraagt 1% van uw inkomen met een minimum van 60 euro. Indien u jaarlijks nauwelijks aan de drempel toekomt verdient het de voorkeur om de schenkingen van meerdere jaren te bundelen.1.3 Buitengewone uitgaven Het kan voordelig zijn buitengewone uitgaven vooruit te betalen, of de lasten te nemen in het jaar dat u tezamen met andere kosten de drempel voor ziektekosten overschrijdt. Te denken valt aan de aanschaf van een bril, een laserbehandeling aan uw ogen of tandartskosten voor u of uw kinderen. Als u per 1 januari 2005 uit het ziekenfonds gaat verdient het aanbeveling de premie voor de ziektekostenverzekering alvast vooruit te betalen. Deze behoort dan met de ziekenfondspremie tot de buitengewone lasten voor 2004. In andere gevallen leidt vooruitbetaling niet tot aftrek.1.4 Dividend Het dividend voor een directeur-grootaandeelhouder wordt belast tegen het tarief van 25%. Het kan verstandig zijn om begin 2005 dividend uit te keren en het geld in privé te gaan beleggen. Bespreek de financiële planning met uw adviseur teneinde een optimale beloning- en beleggingsstructuur te creëren.1.5 Investeringen Om optimaal van de investeringsaftrek en de energie-investeringsaftrek gebruik te maken, is het van belang de investeringsplannen voor de jaren 2004 en 2005 in ogenschouw te nemen. Voor starters kan het interessant zijn om gebruik te maken van de willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen. Dit kan gedurende de eerste drie jaren dat de ondernemer recht heeft op zelfstandigenaftrek. Bekijk of u in aanmerking komt voor willekeurige afschrijving. Dit houdt in dat u bedrijfsmiddelen niet af hoeft te schrijven over de economische levensduur maar de afschrijving willekeurig in kunt vullen. Willekeurige afschrijving kan worden toegepast bij verwerving, verbetering of voortbrenging van aangewezen bedrijfsmiddelen van de volgende categorieën: bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlands Milieu, bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de arbeidsomstandigheden, bedrijfsmiddelen die zijn aangeschaft door een startende ondernemer, zeeschepen die op de in de wet voorgeschreven wijze worden geëxploiteerd. 1.6 Lijfrentepremies Voor iedere belastingplichtige jonger dan 65 jaar met een pensioentekort geldt een jaarruimte van 17% van de premiegrondslag. De veelal ingewikkelde berekening van de jaarruimte kan pas na het einde van het jaar worden gemaakt. Deze premie is daarom aftrekbaar in 2004 indien deze wordt gestort in de eerste 3 maanden van 2005. Bij staking van de onderneming is het mogelijk om een lijfrentepremie te storten ten laste van de stakingswinst. Dit dient binnen 6 maanden na afloop van het moment van staken te geschieden. De niet benutte jaarruimte van de afgelopen 7 jaar, de zogenaamde reserveringsruimte, kan eveneens worden benut. Hiervoor geldt als maximaal aftrekbaar bedrag 17% van de premiegrondslag met een maximum van 6.097 euro (12.045 euro indien belastingplichtige bij aanvang van het jaar 55 jaar of ouder is). Voor aftrek in 2004 dient de premie uiterlijk op 30 juni 2005 te zijn betaald.Indien u lijfrentepolissen van voor de brede herwaardering (1992) bezit, kan het voordelig zijn de termijnen van lijfrente te schenken aan uw meerderjarige kinderen. Mits op de juiste wijze vastgelegd kan ook het schenkingsrecht worden voorkomen. Neem tijdig contact op met uw adviseur.1.7 Staking van de onderneming Ondernemers die stoppen met hun onderneming hebben voor de met de staking behaalde winst recht op stakingsaftrek. Met de invoering van de Wet Inkomstenbelasting 2001 is de stakingsaftrek sterk verlaagd. De verlaging wordt bereikt via een overgangsregeling welke inhoudt dat gedurende 5 jaar het niveau van 2000 wordt verlaagd naar het uiteindelijke niveau van de stakingsaftrek ad 3.630 euro. Indien u voornemens bent uw onderneming te staken is het wellicht raadzaam dit voor 1 januari 2005 te doen.1.8 Arbeidsbeloning Voor een ondernemer (onderworpen aan inkomstenbelasting) kan het interessant zijn aan de meewerkende echtgeno(o)t(e) een reële arbeidsbeloning te geven of gebruik te maken van de meewerkaftrek. Indien de arbeidsbeloning minder dan 5.000 euro bedraagt, kan geen aftrek plaatsvinden. De hoogte van de beloning dient in verhouding te staan tot de geleverde arbeidsprestatie.1.9 Vermogensrendementsheffing Sinds 1 januari 2001 bent u over het gemiddelde vermogen in box III (sparen en beleggen) 30% belasting verschuldigd over 4% fictief rendement. Het gemiddelde vermogen wordt berekend op basis van de standen per 1 januari 2004 en 31 december 2004. De grondslag voor de heffing kunt u verlagen door vóór 31 december vermogen vanuit box III naar box I (werk en woning -eigen woning of aan de onderneming ter beschikking gesteld vermogen-) of box II (aanmerkelijk belang) over te hevelen, of door ná 31 december van box I/box II naar box III over te hevelen.Voorbeelden. Verkoop van de eigen woning net ná 31 december. Uitkeren van dividend net na 31 december. Financiering van de eigen onderneming vóór 31 december. Aankoop van vrijgestelde beleggingen vóór 31 december. Aflossen van vorderingen van uw vennootschap of het terugbetalen van schulden van uw vennootschap aan uzelf vóór 31 december. 1.10 Beleggingen Indien uw inkomen in 2004 in de hoogste tariefschijf valt en u in aanmerking komt voor (milieu- en/of energie-) investeringsaftrek, kan het interessant zijn om deel te nemen in een film-, scheepvaart- of windmolen-cv. Door de fiscale faciliteiten van deze investeringen heeft u een aanzienlijk belastingvoordeel in het jaar van investeren waardoor het rendement boven het niveau van de marktrente kan stijgen. Ook kunt u gebruik maken van de extra vrijstelling en heffingskorting voor groene beleggingen en sociaal ethische beleggingen. Op deze beleggingen krijgt u een extra heffingskorting van 1,3% en de beleggingen zijn tot een bedrag van 50.185 euro vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing. Voor leningen aan startende bedrijven geldt dezelfde regeling; vrijstelling voor de vermogens-rendementsheffing tot 50.185 euro en 1,3% extra heffingskorting. Bovendien mag een verlies op de lening worden afgetrokken van uw inkomen in box I tot maximaal 50.185 euro per belastingplichtige. De regeling geldt ook voor aangewezen participatiefondsen.1.11 Aanmerkelijk belangverliezen Indien u voornemens bent een aanmerkelijk belangpakket te verkopen waar een verlies op geleden wordt, kan het van belang zijn om dit vóór 31 december te doen. Het verlies uit aanmerkelijk belang is verrekenbaar met winsten uit een aanmerkelijk belang uit drie voorgaande jaren en met toekomstige winsten uit een aanmerkelijk belang. Heeft u geen aanmerkelijk belangwinst meer te verwachten dan krijgt u 25% belasting over het verlies in mindering op het in box I te betalen belastingbedrag. Deze verrekening krijgt u pas in het tweede jaar nadat u geen aanmerkelijk belang meer heeft.Loonbelasting1.12 Geschenkenregeling In 2003 is de feestdagenregeling, de mogelijkheid om belastingvrij een geschenk aan het personeel te geven, vervallen. Er bestaat nog steeds de mogelijkheid om in natura te schenken aan uw werknemer en de loonbelasting als eindheffing voor uw rekening te nemen. Er zijn dan geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. De schenking dient ter gelegenheid van een persoonlijke feestdag van een werknemer te geschieden en mag niet meer bedragen dan 136 euro per keer en 272 euro per jaar. De regeling geldt niet voor geschenken in de vorm van geld. Deze worden als loon aangemerkt. Tevens is er de mogelijkheid om tegen eindheffing van 15% één geschenk te geven ter gelegenheid van een feestdag/Sint. De waarde van het geschenk mag maximaal 35 euro bedragen.1.13 Vergoedingen aan werknemers Voor (deels) onbelaste vergoedingen aan uw werknemer komen in aanmerking: De aanschaf van een fiets voor woon-werkverkeer tot een maximaal bedrag van 749 euro. Van deze regeling mag één keer per 3 jaar gebruik worden gemaakt. De kilometers woon-werkverkeer tot een bedrag van 0,18 euro per kilometer. De kosten van een internetaansluiting. Indien deze aansluiting voor tenminste 10% zakelijk wordt gebruikt zijn de zakelijke kosten onbelast te vergoeden; indien het gebruik voor 90% of meer zakelijk is dan mogen alle kosten onbelast worden vergoed. Bij een zakelijk gebruik tussen de 10% en 90% mogen 50% van de kosten van het ADSL-abonnement en 100% van de kosten van het provider gedeelte worden vergoed. De kosten van een mobiel telefoonabonnement. De kosten van studie van de werknemer die deze verricht om (meer) inkomen uit werk te verwerven. Tot de studiekosten worden gerekend de kosten van les-, inschrijf- en examengelden, de kosten van studieboeken en lesmateriaal en reiskosten tot een maximum van 0,18 euro per kilometer. Bijzondere ziektekosten. Dit zijn kosten die niet onder vergoeding van de ziekenfondsverzekering of AWBZ vallen. De diensttijdvrijstelling. Werknemers die tenminste 25 jaar in dienst zijn mogen maximaal 1 maandsalaris belastingvrij ontvangen. Een tweede belastingvrije uitkering is mogelijk bij het verstrijken van het 40-jarig dienstjubileum. De vergoeding van computerapparatuur is vervallen. 1.14 Aandelenoptieregelingen Als u overweegt om opties op aandelen te verstrekken aan uw personeel bespreek dan het moment van toekennen van de opties met uw adviseur. Met ingang van 1 januari 2005 worden voordelen uit opties belast op het moment van uitoefenen van de optie. Dit impliceert ook dat de werkelijke waarde wordt belast bij beursgenoteerde ondernemingen. Voor niet beursgenoteerde aandelen geldt een forfaitaire waarderingsregel waartegen opties worden belast. Tot en met 31 december 2004 geldt als moment van belastingheffing het moment waarop de opties onvoorwaardelijk worden genoten. Indien de rechten binnen 3 jaar worden uitgeoefend of vervreemd geldt bovendien een aanvullende heffing.1.15 Bedrijfsspaarregeling Mits vóór 31 december 2004 de bedragen zijn gestort bij een spaarinstelling kan nog de volledige vrijstelling worden benut van de brutoloonspaarregeling. De spaarregeling geldt niet voor de alleen werkende directeur-grootaandeelhouder (DGA) en diens meewerkende echtgenote die tenminste éénderde van het aandelenkapitaal in hun bezit hebben, maar wel als er personeel in de onderneming werkt en de regeling aan het gehele personeel wordt aangeboden of een homogeen deel van het personeel.1.16 Salarissen Bij het vaststellen van salarissen voor uw werknemers per 1 januari 2005 kan het van belang zijn rekening te houden met de grenzen die gelden voor de afdrachtvermindering lage lonen. De afdrachtvermindering lage lonen geldt met ingang van 1 januari 2003 uitsluitend nog voor werknemers van 23 jaar en ouder die minder verdienen dan 115% van het minimumloon.1.17 Salaris DGA Het salaris van de directeur-grootaandeelhouder voor 2004 en 2005 moet u vaststellen. U dient hierbij rekening te houden met de fictieve inkomensregeling voor de directeur-grootaandeelhouder. Het fictieve salaris bedraagt voor 2004 38.118 euro. Een lager salaris uitbetalen kan uitsluitend indien u hiervoor goede motieven heeft. De belastingdienst kan aantonen dat het gebruikelijke salaris hoger is en het vastgestelde salaris corrigeren. Het feitelijke salaris van de directeur-grootaandeelhouder beïnvloedt direct het in eigen beheer opgebouwde pensioen. Vennootschapsbelasting1.18 Pensioen Met ingang van 1 juni 2004 dienen pensioenregelingen te voldoen aan de voorwaarden zoals vermeld in de Wet fiscale behandeling van pensioenen. Het niet voldoen aan de wet heeft tot gevolg dat bestaande pensioenaanspraken worden belast in de loon- en inkomstenbelasting en dat vanaf dit tijdstip opgebouwde pensioenaanspraken bij het ontstaan worden belast. Met ingang van 2005 wordt het fiscaal onaantrekkelijk om prepensioen en VUT-regelingen af te sluiten. Zoals het er ten tijde van dit schrijven naar uitziet wordt de premie niet meer belast in het jaar van uitkeren maar in het jaar van de besparing. Ga na of u vóór 31 december 2004 nog wijzigingen aan dient te brengen in de VUT- of prepensioenregeling voor u en uw medewerkers. Overleg met uw adviseur is gewenst. Namens het kabinet is een nota van wijziging ingediend, die een verruiming van het overgangsrecht voor de fiscale behandeling van VUT- en prepensioenregelingen inhoudt. De aanvankelijk opgenomen leeftijdsgrens van 57 jaar wordt verlaagd naar 55 jaar. Dit betekent dat de huidige VUT-, respectievelijk prepensioenregeling ná 1 januari 2006 in stand blijft voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn en voor werknemers die vóór 1 januari 2006 al één of meer uitkeringen hebben ontvangen. Voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn kan de opbouw van hun ouderdomspensioen en overbruggingspensioen zonder fiscale consequenties worden voortgezet. Het oorspronkelijke wetsontwerp voor de levensloopregeling is ingetrokken, daar dit inmiddels is opgenomen in het wetsvoorstel voor aanpassing van de fiscale behandeling van VUT en prepensioen.1.19 Voorzieningen en reserves Stel vast of het mogelijk is een voorziening te vormen voor toekomstige uitgaven, zoals: claims uit hoofde van lopende processen, ten behoeve van een reorganisatie, pensioenverplichtingen, garantieverplichtingen, milieuschade. Een voorziening mag worden gevormd indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: de oorsprong van de te vormen voorziening ligt voor de balansdatum, de uitgaven dienen volgens bedrijfseconomische inzichten aan dit jaar te worden toegerekend, er bestaat een redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven waarvoor de voorziening wordt gevormd zich zullen voordoen. Indien kosten, opgeroepen door de bedrijfsuitoefening, ongelijkmatig over de jaren worden verdeeld is het wellicht mogelijk een kosten egalisatiereserve te vormen. Als voorbeelden gelden de kosten van groot onderhoud en de kosten van VUT-uitkeringen.Heeft u in het verleden een herinvesteringsreserve gevormd ga dan tijdig over tot herinvesteren. Als er aan het einde van het derde jaar na de vorming van de reserve nog niet is geherinvesteerd dan valt de reserve, of het restant daarvan, vrij ten gunste van het resultaat.1.20 Fiscale eenheid Een deelneming van minimaal 95% in een binnenlandse dochtermaatschappij kan worden opgenomen in een zogenaamde fiscale eenheid. Het gevolg is dat de dochtermaatschappij voor de vennootschapsbelasting niet zelfstandig in de heffing betrokken wordt. Winsten en verliezen van moeder en dochter worden belast bij de moeder. Dit kan zowel positief als negatief uitpakken. Positief is dat winsten van de een worden verrekend met verliezen van de ander en dat onderlinge transacties geen invloed hebben op het fiscale resultaat. Negatief is dat slechts eenmaal gebruik wordt gemaakt van het opstaptarief in de vennootschapsbelasting en dat investeringen van beide ondernemingen bij elkaar worden geteld. Hierdoor is de kans groot dat u minder investeringsaftrek geniet. Tevens is een nadeel dat beide ondernemingen aansprakelijk zijn voor de vennootschapsbelasting. Indien u twee vennootschappen wilt samenvoegen of ontvoegen dient u dit binnen 3 maanden na het voegingstijdstip schriftelijk aan te vragen bij de belastingdienst. Verbreking van de fiscale eenheid kan niet met terugwerkende kracht.1.21 Vrijstelling goeddoel instelling Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting indien en voor zover zij een onderneming drijven. De wet bevat met ingang van 2002 een vrijstelling voor lichamen waarbij een sociaal belang voorop staat en de winst hoofdzakelijk wordt behaald met behulp van de arbeid van vrijwilligers. De winst mag in een jaar niet meer bedragen dan 7.500 euro en in de laatste 5 jaren gezamenlijk niet meer dan 37.500 euro. De winst mag worden gecorrigeerd met de fictieve loonkosten voor vrijwilligers. Het wettelijk minimumloon minus de uitbetaalde vergoedingen mag van de winst worden afgetrokken. Tevens mogen instellingen wiens werkzaamheid uitsluitend gericht is op behartiging van het maatschappelijk belang, hun uitgaven ten bate van dit belang, ten laste van de winst brengen. Dit geldt eveneens voor fondsverwervende instellingen.Omzetbelasting1.22 BTW herrekening Maak een berekening van de af te dragen BTW over het kalenderjaar en vergeet hierbij niet het privé-gebruik (zakelijke auto, gas/water/elektra, verteer etc.) mee te nemen. Indien het gebruik van bedrijfsmiddelen verandert van belaste naar vrijgestelde prestatie of omgekeerd moet een herrekening plaatsvinden van de in aftrek gebrachte BTW. Voor roerende bedrijfsmiddelen is het herrekentijdvak 5 jaar en voor onroerende zaken is dit 10 jaar. Als een onroerende zaak meer dan twee jaar leeg staat dan dient de BTW ook te worden herrekend. Voor huur en verhuur geldt dat de huurder aan verhuurder moet verklaren voor tenminste 90% belaste activiteiten te verrichten wil de huurder voor aftrek van BTW in aanmerking komen. De verklaring moet binnen 4 weken na het einde van het jaar van ingebruikname worden afgegeven.1.23 BTW privé-gebruik auto De voorbelasting die u op autokosten heeft aangegeven, dient jaarlijks gecorrigeerd te worden voor het privé-gebruik van de auto van de zaak. De belastingdienst hanteert ook bij de omzetbelasting het autokostenforfait. Dat wil zeggen dat u 12% van de forfaitaire bijtelling van de oorspronkelijke cataloguswaarde dient af te dragen. U mag echter ook 12% afdragen over het werkelijk privé-gebruik van zakenauto's van uw medewerkers. Het privé-gebruik is aan te tonen door een sluitende kilometeradministratie. De Hoge Raad heeft toegestaan dat de ANWB-tabellen voor autogebruik als norm worden gehanteerd. U dient na te gaan of de BTW over de werkelijk verreden privé-kilometers lager uitvalt dan de BTW over het autokostenforfait. Indien dit inderdaad het geval is hoeft slechts dit lagere bedrag afgedragen te worden.Sociale verzekering1.24 Sociale verzekeringspremies Ga na of u voldoende sociale premies heeft afgedragen aan de bedrijfsvereniging. Indien de voorschotnota meer dan 5% afwijkt van de te betalen premies bent u verplicht een aanvullend voorschot aan te vragen en te betalen. Het niet voldoen aan deze verplichting kan leiden tot een boete (veelal 10%) over het te weinig betaalde. De verhoging van het voorschot moet u aanvragen binnen 3 maanden nadat de verhoging bekend is.1.25 Ziekenfondsverzekering Ga na of u in 2005 verplicht ziekenfonds verzekerd bent of particulier. Sluit tijdig een ziektekostenverzekering af. De drempel voor toetsing of u via het ziekenfonds verzekerd bent is vastgesteld op 33.000 euro (2004: 32.600 euro). De peildatum is 1 november 2004. Voor zelfstandigen is het raadzaam om na te gaan of zij op basis van de verwachte winst uit de onderneming in de toekomst verplicht ziekenfonds verzekerd zijn. Startende ondernemers hebben een keuzemogelijkheid. Het jaar 2004 is van belang voor uw verzekeringsplicht in 2006.Indien een nieuw stelsel voor de zorgverzekering van toepassing wordt zal de winst over 2004 niet meer van belang zijn. Een zelfstandige is verplicht verzekerd indien het toetsinkomen lager is dan 21.050 euro (2004: 20.800 euro). Een goede planning is onmisbaar. Varia 1.26 Schenkingen Overweeg, in het kader van estate-planning, om aan uw kinderen te schenken. Voor 2004 is 4.143 euro vrijgesteld van schenkingsrecht. Aan kinderen tussen de 18 en 35 jaar kunt u éénmalig 20.711 euro schenken zonder schenkingsrechten verschuldigd te zijn. Bij grote vermogens kunt u wellicht overwegen ook de eerste tariefschijven vol te maken ter besparing van successierechten in de toekomst. Daarnaast zijn er constructies ter besparing van het successierecht. Indien u gebruik wilt maken van een schenking door schuldigerkenning van het geschonken bedrag en dit bedrag pas bij uw overlijden opeisbaar is, dient u een notariële akte op te laten maken. De schenking heeft tot gevolg dat de vordering bij de verkrijger wordt belast in box III en de schuld bij de schenker in mindering komt op het vermogen in box III. Over de schuld dient de schenker daadwerkelijk rente te betalen. Van de schenking aan uw kinderen dient u binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar waarin geschonken is aangifte te doen voor de schenkingsrechten. U kunt besluiten de schenking bij de verkrijger buiten de algemene gemeenschap van goederen te laten vallen. Indien u schriftelijk dit beding opneemt dan komt de schenking bij een scheiding alleen toe aan uw eigen kind.Schenkingen aan uw kleinkinderen kunt u eenmaal in de 24 maanden belastingvrij doen tot een bedrag van 2.486 euro.1.27 T-biljet Indien u in het verleden geen aangifte voor de inkomstenbelasting heeft gedaan en een teruggave verwacht, dan kunt u alsnog aangifte doen middels een zogenaamd T-biljet. Voor teruggave van inkomstenbelasting kunt u T-biljetten 2001 nog tot 31 december 2004 indienen.1.28 Financieringen Kijk de financieringsovereenkomsten van de onderneming en van de eigen woning na. Het kan voordelig zijn om extra af te lossen op leningen. Uiteraard uitsluitend indien uw liquiditeitspositie het toelaat of indien de bank bereid is de aflossing opnieuw te financieren. Bij leningen met een lange rentefixatie kan veelal per jaar 10% van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij worden afgelost.1.29 Elektronische aangifte Met ingang van 1 januari 2005 wordt u als ondernemer verplicht om elektronisch aangifte te doen voor de omzetbelasting en de inkomstenbelasting. De toegangscode is naar alle waarschijnlijkheid reeds aan u uitgereikt. Indien u niet in staat bent op de digitale manier uw aangifte te verzorgen dient u dit tijdig aan ons te melden opdat wij ontheffing voor u aanvragen bij de belastingdienst. 1.30 Samenloop diverse regelingen In het oerwoud van regelingen dient u er op bedacht te zijn dat het inkomen van u en uw partner van invloed kan zijn op: tegemoetkoming studiekosten voor uw minderjarige kinderen, studiefinanciering voor uw kinderen, verplichte ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen, huursubsidie, aftrekbaarheid van kosten. 1.31 Ondernemingsstructuur Sta eens stil bij uw ondernemingsstructuur. Is het verstandig uw eenmanszaak om te zetten naar een vennootschap? Of moet u juist de vennootschap verlaten? Is een man-vrouw firma het juiste alternatief voor u? Naast fiscale aspecten heeft de ondernemingsstructuur invloed op uw juridische positie. Overleg met uw adviseur!1.32 Kinderopvang Met ingang van 1 januari 2005 moet u zelf een aanvraag voor tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang indienen. Dit kunt u doen bij de belastingdienst.
Voor meer informatie over aanvullende pensioenen adviseren wij u de site:
pensioen te bezoeken.
aanvullende pensioenen nieuws
Heeft u enig idee van welk inkomen uw nabestaanden moeten rondkomen Als u er plotseling niet meer bent? Dat is een belangrijke vraag. Maar de meeste mensen staan zelden stil bij de financiële gevolgen van een overlijden. Toch bent u nuchter genoeg om te beseffen dat u daarover eens moet nadenken. Wat zijn de financiële gevolgen en wat kunt u doen om te voorkomen dat uw nabestaanden financieel onverzorgd achterblijven?De overheid treedt terug. De verzorgingsstaat brokkelt steeds verder af. Zeker nu de overheid zich ook terug getrokken heeft op het gebied van de volksverzekeringenvoor weduwen, weduwnaars en wezen. De regering legt de verantwoordelijkheid voor een goede financiële regeling voor nabestaanden neer bij de burgers zelf. Op 1 juli 1996 is er een einde gekomen aan de Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) en is de Algemene Nabestaandenwet (ANW) in werking getreden.Hieronder leest u meer over de verstrekkende gevolgen van de wijziging. En over wat u daartegen kunt doen.Wie komt er nog in aanmerking voor een uitkering? Gevolg van de wetswijziging is dat niet meer elke nabestaande in aanmerking komt voor een ANW-uitkering. Als u komt te overlijden heeft uw partner alleen recht op een uitkering als hij of zij:-Voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is -Geboren is voor 1 januari 1950 -Voor 1 of meer kinderen zorgt die jonger zijn dan 18 jaarHoe hoog is de ANW-uitkering? De gevolgen van de wetswijziging zijn ingrijpend. De maximale uitkering wordt fors lager en is mede afhankelijk van uw inkomen. De ANW-uitkering bedraagt maximaal 70% van het netto-minimumloon, dus zo’n 1300 gulden netto per maand. En als er 1 of meer kinderen jonger dan 18 jaar zijn, is de uitkering maximaal 90%, dat is rond ƒ1700 gulden netto per maand.De ANW is echt een bodemvoorziening. Als het inkomen van de nabestaande hoger is dan zo;n ƒ4000 gulden bruto per maand, dan is er al geen recht meer op een ANW-uitkering.Heeft de nabestaande een lager inkomen dan ƒ4000 gulden bruto per maand, dan wordt op de ANW-uitkering gekort. Uitzonderingen hierop zijn een uitkering uit een nabestaandenpensioen van een werkgever en inkomsten uit vermogen, zoals bijvoorbeeld een verzekeringsuitkering.Komt uw partner eigenlijk wel in aanmerking? Met behulp van het onderstaande schema kunt u vaststellen of uw partner een volledige, een gedeeltelijke of helemaal geen ANW uitkering zal ontvangen. Bij overlijden van de kostwinner krijgt de nabestaande nog slechts in enkele gevallen een uitkering van de overheid, namelijk:- de nabestaande is geboren voor 1950 - de nabestaande heeft kinderen jonger dan 18 jaar - de nabestaande is 45 % of meer arbeidsongeschikt.In alle andere gevallen blijft de nabestaande met lege handen achter. Hoort u tot deze groep Maak dan met ons een afspraak om te bespreken wat we hieraan kunnen doen.Extra informatie: Wanneer heb je recht op betaling!Algemene Nabestaandenwet (ANW) De Algemene Nabestaandenwet (ANW) is een volksverzekering, iedereen die rechtmatig in Nederland woont is hiervoor verzekerd.De ANW regelt het recht op uitkering voor nabestaanden, halfwezen en wezen.Met ‘nabestaande’ wordt bedoeld de weduwe of weduwnaar van een overledene, of de man of vrouw die met de overledene samenwoonde tot en met de dag van overlijden. Weduwe/weduwnaar voor 1 juli 1996 Voor weduwen, weduwnaars en wezen die vóór 1 juli 1996 al recht hadden op een AWW-pensioen, is er een overgangsregeling (met afwijkende regels). Meer informatie hierover kunt u vinden bij de Sociale Verzekeringsbank.Verzekerd Wie rechtmatig in Nederland woont is verzekerd voor de ANW. Ook als u niet in Nederland woont, maar wel hier werkt en op grond daarvan onder de loonbelasting valt, bent u verzekerd. Tot 1 januari 2000 kunt u op grond van sommige Nederlandse uitkeringen ook in het buitenland verzekerd blijven. (Daarna uitsluitend als vrijwillig verzekerde.) In het algemeen bent u niet verzekerd als u zich in het buitenland vestigt of daar gaat werken. Bij tijdige aanmelding is het mogelijk om de verzekering vrijwillig voort te zetten.Partnerbegrip in de ANW Voor de ANW zijn met gehuwden gelijkgesteld geregistreerde partners en ongehuwd samenwonenden. U bent samenwonend als u met iemand anders een gezamenlijke huishouding voert. Dat is het geval als u gezamenlijk voorziet in huisvesting en ieder van u een bijdrage levert in de kosten van de huishouding, dan wel op een andere manier in elkaars verzorging voorziet.De gelijkstelling geldt niet als u samenwoont met één van uw ouders of met uw (meerderjarig stief- of pleeg)kind, en ook niet als u met meerdere personen samenwoont.Wanneer recht op ANW? Recht op uitkering bestaat als de overledene op de dag van overlijden verzekerd was voor de ANW en de nabestaande aan bepaalde voorwaarden voldoet.Soorten uitkering De ANW kent drie soorten uitkeringen: nabestaandenuitkering halfwezenuitkering wezenuitkering. Nabestaandenuitkering Een nabestaande heeft recht op een ANW-uitkering als de overledene op de dag van overlijden verzekerd was voor de ANW én de nabestaande:een ongehuwd eigen kind, stief- of pleegkind onder de 18 jaar heeft dat niet tot het huishouden van een ander behoort, in verwachting is, arbeidsongeschikt is voor ten minste 45% en de arbeidsongeschiktheid ten minste drie maanden zal duren, of geboren is vóór 1 januari 1950. Voorbeeld Het echtpaar de Vries - allebei geboren in 1969 - heeft (nog) geen kinderen. Hij werkt in de automatisering, zij is nog bezig haar studie af te ronden. De heer de Vries krijgt na het joggen een hartstilstand. Mevrouw de Vries heeft geen recht op ANW, omdat ze onder geen van de genoemde situaties valt.Gescheiden Ook ex-gehuwden (of ex-partners die zich bij de burgerlijke stand hadden laten registreren) kunnen recht hebben op een nabestaandenuitkering, voorzover zij door dit overlijden inkomsten uit alimentatie verliezen. Deze alimentatieverplichting moet door de rechter zijn opgelegd of in een notariële of onderlinge akte - mede ondertekend door een advocaat - zijn vastgelegd. Verder moet de nabestaande zowel op dag van de (echt)scheiding als op de dag van overlijden van de ex-(huwelijks)partner voldoen aan de genoemde voorwaarden.De uitkering kan nooit hoger zijn dan de vastgestelde alimentatie.Voorbeeld Mireille is gescheiden van Karel. Ze krijgt geen alimentatie, omdat Karel een zeer laag inkomen heeft. Haar dochter Sophie die 9 jaar is, is bij haar gebleven. Als Karel twee jaar later aan kanker overlijdt, krijgt Mireille geen nabestaandenuitkering, maar ze gaat wel een halfwezenuitkering ontvangen voor Sophie, die immers halfwees geworden is.Geen recht De nabestaande heeft onder andere geen recht op een nabestaandenuitkering als de echtgenoot of degene met wie men samenwoonde is overleden:binnen een jaar nadat men is getrouwd of is gaan samenwonen of binnen een jaar na aanvang van de verzekering en bovendien de gezondheidstoestand op het moment van trouwen/samenwonen of aanvang van de verzekering al zo slecht was dat het overlijden binnen een jaar was te verwachten.Had de nabestaande eerder een AWW- of ANW-uitkering die door dit huwelijk of de samenwoning was gestopt, dan is er wél opnieuw recht.Hoogte De nabestaandenuitkering bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon en is afhankelijk van het inkomen. Bedragen vindt u bij de Sociale Verzekeringsbank.Inkomen De hoogte van de nabestaandenuitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande.Inkomen in verband met arbeid (o.a. uitkeringen), wordt volledig gekort op de nabestaandenuitkering. Inkomen uit arbeid (loon, winst, VUT-uitkering, vervroegd pensioen) blijft gedeeltelijk vrij. De vrijlating is 50% van het bruto minimumloon plus 1/3 deel van het meerdere inkomen. Het resterende bedrag wordt van de nabestaandenuitkering afgetrokken. Eigen vermogen, de inkomsten daaruit en aanvullende nabestaandenpensioenen worden niet op de nabestaandenuitkering gekort.Voorbeeld Mevrouw Sikkel, geboren in 1949, verdient ƒ 1000,- bruto per maand. Als haar man overlijdt, krijgt zij een volledige nabestaandenuitkering. Haar inkomen blijft onder het bedrag van 50% van het minimumloon.Voorbeeld Mevrouw Kwakel, geboren in 1948, heeft een WAO-uitkering van ƒ 1000,- bruto. Als haar man overlijdt, wordt haar nabestaandenuitkering hiermee verminderd. Zij ontvangt dus (bruto) ƒ 1000,- minder aan nabestaandenuitkering.De halfwezenuitkering Recht op een halfwezenuitkering heeft degene die een halfwees tot 18 jaar in zijn huishouding verzorgt.Vaak is dat de overblijvende ouder, maar het kan ook iemand anders zijn. De halfwezenuitkering bedraagt (per gezin) 20% van het netto minimumloon en is niet afhankelijk van het inkomen.Voorbeeld Mevrouw van Dijk, geboren 1 juni 1950, is weduwe sinds 1990. Haar zoon Floris is acht jaar. Zij hertrouwt in 1997. Daardoor verliest zij haar nabestaandenuitkering, maar ze houdt recht op de halfwezenuitkering, tot Floris 18 jaar is. Floris is en blijft immers halfwees. Alleen adoptie kan daar een eind aan maken.Voorbeeld Simon Vis en Irene de Beer gaan scheiden. Hun kinderen Marloes en Simone, acht en tien jaar, blijven bij Irene die gaat samenwonen met Hans. Irene werkt niet, Hans verdient maandelijks zo’n ƒ 6000,- bruto. Als Hans vier jaar later overlijdt, heeft Irene recht op een nabestaandenuitkering, maar niet op een halfwezenuitkering. De kinderen zijn immers geen halfwezen.Wezenuitkering Een kind van wie beide ouders zijn overleden, heeft recht op een wezenuitkering. In principe bestaat recht op wezenuitkering voor wezen tot 16 jaar. Voor wezen van 16 jaar en ouder alleen als het kind:ten minste 45% arbeidsongeschikt is, tot het 18e jaar. Daarna kan het kind in aanmerking komen voor een Wajonguitkering (op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten). Het recht op een wezenuitkering loopt door tot het kind 21 jaar is, als dat kind: onderwijs volgt gedurende gemiddeld 213 klokuren per kwartaal. Huiswerk en reistijd tellen hierbij niet mee; of de eigen huishouding verzorgt waarin nog een broer of zus woont dat recht heeft op een wezenuitkering. De hoogte van de wezenuitkering is afhankelijk van de leeftijd van de wees. De wezenuitkering is onafhankelijk van eventueel ander inkomen. Vakantie-uitkering Naast de uitkeringen bestaat er recht op een vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering wordt jaarlijks in mei betaald.Einde van de nabestaandenuitkering De nabestaandenuitkering eindigt als de nabestaande:65 jaar wordt; overlijdt; hertrouwt of gaat samenwonen (behalve wanneer de samenwoning tot doel heeft om een hulpbehoevende te verzorgen of als de nabestaande zelf hulpbehoevend is en verzorging nodig heeft); niet langer voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is. De uitkering eindigt ook als: het jongste kind 18 jaar wordt of het kind onder de 18 jaar tot het huishouden van een ander gaat behoren; tenzij de nabestaande op dat moment voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is, of is geboren vóór 1 januari 1950 (of hiermee is gelijkgesteld).Voorbeeld Mevrouw Van Dalen is geboren in 1957. Zij werkt niet. Zij verliest haar partner in 1997. Haar dochters zijn dan 14 en 16 jaar. Zij krijgt nabestaandenuitkering en halfwezenuitkering. In 1998 wordt bij haar een ernstige vorm van reuma geconstateerd. Als in 2001 haar jongste dochter 18 jaar wordt, zou zij normaal gesproken de nabestaandenuitkering verliezen. Nu behoudt zij de nabestaandenuitkering, omdat zij op dat moment minstens 45% arbeidsongeschikt is (de Sociale Verzekeringsbank zal haar laten keuren).Einde van de halfwezenuitkering De halfwezenuitkering eindigt:als de halfwees 18 jaar wordt, tot het huishouden van iemand anders gaat behoren, als de ouder of verzorger 65 jaar wordt én deze recht heeft op een één-ouderpensioen van de AOW, of als de halfwees wordt geadopteerd door de (nieuwe) echtgenoot van de overgebleven ouder. Overlijdensuitkering Bij overlijden van de nabestaande eindigt het recht op nabestaandenuitkering en/of halfwezenuitkering met ingang van de dag na het overlijden. De nabestaanden kunnen recht hebben op de overlijdensuitkering die gelijk is aan de uitkering die de overledene over een maand ontving en de daarbij behorende vakantie-uitkering. De overlijdensuitkering is belasting- en premievrij.Voor wie is de overlijdensuitkering? Recht op de overlijdensuitkering hebben:de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen; of, als die er niet zijn degene met wie de nabestaande in gezinsverband leefde en voor wie hij of zij grotendeels in het levensonderhoud voorzag. Meestal gaat het dan om meerderjarige, thuiswonende (stief- of pleeg)kinderen. Aanvraag Een aanvraag om uitkering moet u indienen bij het kantoor van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Wie aangifte doet van het overlijden, ontvangt een aanvraagformulier van de gemeente.Vrijwillige verzekering Wanneer de verplichte verzekering eindigt, bijvoorbeeld omdat u in het buitenland gaat wonen of werken, kunt u de verzekering voor de ANW vrijwillig voortzetten. Dit kan alleen in combinatie met een vrijwillige verzekering voor de AOW.Naar verwachting komt er in 2000 een keuzemogelijkheid om u vrijwillig te verzekeren voor uitsluitend AOW of ANW. Vooruitlopend hierop kunnen verzekeringsplichtige AOW'ers die op 31 december 1999 met hun jonger dan 65 jarige partner in het buitenland wonen, zich vanaf 1 januari 2000 vrijwillig verzekeren. Vanaf die datum is deze groep 65-plussers immers niet langer verplicht verzekerd voor de ANW.Voor meer informatie kunt u terecht bij het kantoor Verzekeringen van de Sociale Verzekeringsbank, afdeling Vrijwillige Verzekering, Postbus 357, 1180 AJ Amstelveen, tel. 020 656 5225.ANW in het buitenland Sinds 1 januari 2000 geldt dat u uitsluitend met behoud van de ANW -uitkering kunt wonen in de EU/ EER-landen, de Nederlandse Antillen, Aruba en landen waarmee Nederland een bilateraal verdrag heeft gesloten (met uitzondering van Australië). U kunt de ANW -uitkering ook meenemen als u in het algemeen belang in het buitenland werkt, dus bijvoorbeeld als u diplomaat bent of ontwikkelingswerker.Woonde u al vóór 2000 met uw ANW -uitkering in een niet-verdragsland, dan behoudt u op grond van een overgangsregeling tot 2003 uw ANW -uitkering. Mocht er intussen een verdrag tot stand komen tussen uw woonland en Nederland, dan behoudt u ook na 2003 uw uitkering.Klachten Met klachten over de wijze van uitvoering moet u zijn bij het kantoor van de Sociale Verzekeringsbank. Wijst het kantoor de klacht af, of blijft een antwoord langer uit dan zes weken, dan kunt u terecht bij de Nationale ombudsman, Postbus 29729, 2502 LS Den Haag.Bezwaar en beroep Als u het niet eens bent met een beslissing van de Sociale Verzekeringsbank moet u eerst een bezwaarschrift indienen bij de Sociale Verzekeringsbank. Tegen de beslissing die daarop wordt genomen, kunt u in beroep gaan bij de rechtbank (sector bestuursrecht).Meer informatie Voor meer informatie over de Algemene nabestaandenwet kunt u terecht bij de Sociale Verzekeringsbank.
Meer verzekeringnieuws: de goedkoopste offertes voor verzekeringen
pensioen nieuws:
UTRECHT - In de metaal- en elektrotechnische industrie volgen stakingen als de
werkgevers niet voor maandag 28 maart middernacht ingaan op de eisen van FNV
Bondgenoten voor een nieuwe CAO. De vakbond heeft dit ultimatum maandag
verstuurd aan de werkgeversvereniging FME-CWM.
De onderhandelingen over een nieuwe CAO voor de circa 180.000 werknemers in
de sector liepen eind februari vast. De FNV-bond eist onder meer handhaving
van de pensioenleeftijd op 61 en 62 jaar. De werkgevers willen die met een
halfjaar verhogen.
Bondgenoten wil verder dat de werkgevers afzien van hun wens de arbeidsduur
op jaarsbasis met 32 uur te verlengen. De bond wil geen algemene
arbeidsduurverlenging, maar is wel bereid op ondernemingsniveau afspraken te
maken. Voorwaarde is wel dat werknemers gecompenseerd worden voor de extra
werktijd en mogen kiezen of zij wel of niet aan zo'n regeling meedoen.
Ook over het loon en de doorbetaling bij ziekte lopen de meningen uiteen. "
De vier punten zijn voor ons heel hard", stelde FNV-bestuurder H. van
der Windt. Onderzoek toont aan dat 46 procent van de leden bereid is het
werk neer te leggen voor een CAO waarin zaken als arbeidsduur en pensioen
goed worden geregeld. "En die actiebereidheid stijgt met de dag",
aldus Van der Windt.
 
Terug naar Met pensioen
 
|